Uitvoeringstempo – de sleutel tot progressie
Kies je tempo en leer het perfecte trainingsritme onder controle te houden.
De meesten tellen sets en herhalingen, maar weinig mensen sturen het tempo van hun bewegingen aan.
Toch bepaalt het uitvoeringstempo de mechanische spanning, de time under tension (TUT) en daarmee de kwaliteit van de trainingsprikkel die je spieren krijgen.
Elk cijfer staat voor een fase van de herhaling:
👉 Voorbeeld: 2–1–3
- 2 seconden: concentrische fase (duwen / trekken)
- 1 seconde: isometrische contractie of pauze
- 3 seconden: excentrische fase (terug / zakken)

“Het tempo veranderen is alsof je het nummer verandert waarop je lichaam beweegt. Zelfs met hetzelfde gewicht voelt het anders aan en levert het andere aanpassingen op.”
Waarom tempo onmisbaar is
1. Voor beginners
Tempo leert motorische controle, spierbalans en bewegingsbewustzijn.
Zonder ritme ga je onbewust compenseren: zwaaien, stuiteren, te snel… → de spanning verlaat de doelspier.
➡️ Resultaat: minder vooruitgang, meer blessurerisico.
2. Voor gevorderde sporters
Tempo wordt een onzichtbaar progressiemiddel:
- Vertraag om de mechanische spanning en rekrutering van (stabiele) slow-twitch vezels te verhogen.
- Versnel om het zenuwstelsel en de power te prikkelen.
- Wissel beide af om een sterk, dicht en uitgebalanceerd lichaam te bouwen.
Een atleet die tempo beheerst, hoeft niet steeds “zwaarder” te gaan om te groeien. Je doet meer met minder.
De meest effectieve (onderzoeksgebaseerde) tempo’s
| Doel (temposchema) | Temposchema | Dominante spanning | Time under tension | Verwachte sensatie |
|---|---|---|---|---|
Hypertrofie (spiergroei)
2–1–3 | 2–1–3 | Mechanisch | 30–50 s | Gecontroleerde contractie, volledige controle |
Definitie / afwerking
2–0–3 | 2–0–3 | Metabolisch | 40–60 s | Branding, pomp, lokale uithouding |
Kracht / densiteit
2–0–2 | 2–0–2 | Neuraal | 15–30 s | Zware last, strak gecontroleerde explosiviteit |
De 3 dominante spanningssoorten
Wanneer je tilt, reageert de spier niet altijd hetzelfde.
Afhankelijk van snelheid, tempo en last verschuift de dominante spanning: mechanisch, metabolisch of neuraal.
Inzicht hierin helpt je de training te laten matchen met je doel: spier opbouwen, strakker worden of sterker worden.
1. Mechanische spanning — solide spier opbouwen
Dit is de spanning door de last op de spiervezel.
Dominant bij gecontroleerd tempo (bijv. 2-1-3) en een matige tot zware last, wat directe fysieke stress op de vezels geeft.
➡️ Doel: microbeschadiging creëren en eiwitsynthese triggeren.
➡️ Gevoel: traag, vol, gecontroleerd.
➡️ Ideale TUT: 30–50 seconden.
➡️ Beste voor: Hypertrofie.
💡 Denk “continue spanning”: duw/trek soepel, zonder stuiteren, en voel de spier door de hele range.
2. Metabole spanning — pomp en lokale uithouding
Hier komt spanning vooral door ophoping van metabolieten (lactaat, H⁺, enz.).
Dominant bij langere sets (15–20 herhalingen) en vloeiende tempo’s (bijv. 2-0-3) met korte rust.
➡️ Doel: “metabole stress” opwekken om doorbloeding en vermoeidheidstolerantie te verbeteren.
➡️ Gevoel: branden, pomp, congestie.
➡️ Ideale TUT: 40–60 seconden.
➡️ Beste voor: Definitie / afwerking.
💡 Denk “gecontroleerd ongemak”: houd je techniek strak en ga door de brand heen.
3. Neurale spanning — power en coördinatie
Deze spanning komt vooral uit het zenuwstelsel en minder uit de spier zelf.
Doel: zoveel mogelijk vezels snel rekruteren via zware lasten of explosieve acties (tempo 2-0-2 of sneller).
➡️ Doel: motor-unitrekrutering en krachtproductie verbeteren.
➡️ Gevoel: snelle, strakke contracties met minimale pomp.
➡️ Ideale TUT: 15–30 seconden.
➡️ Beste voor: Kracht / densiteit.
💡 Denk “zenuwstelsel eerst”: behandel elke rep als een scherpe elektrische ontlading.
Een goed programma combineert de drie spanningen door de week heen:
bouwen met mechanisch, verfijnen met metabool, presteren met neuraal.
💡 Coach tip: tempo’s zijn geen harde regels maar controlezones.
Pas licht aan op basis van materiaal (TRX, machines, vrije gewichten) of methode (cluster sets, 100-rep finisher, enz.).
Vind je ritme met muziek
Je kunt muziek gebruiken als een natuurlijke metronoom om je tempo te vergrendelen.
Elke beat komt overeen met een beweging of fase. Handige richtlijnen:
| Doel (Tempo) | Duur (s / herhaling) | Aanbevolen BPM | Muziekstijl | Voorbeeld |
|---|---|---|---|---|
Hypertrofie
2–1–3 |
6 s
per herhaling | 60 BPM | Lo-fi, langzame R&B, soft trap | “Crew Love” – Drake |
Definitie
2–0–3 |
5 s
per herhaling | 70–80 BPM | Funk, groove, chill hiphop | “Get Lucky” – Daft Punk |
Kracht
2–0–2 |
4 s
per herhaling | 90–100 BPM | Rock, gym electro, oldschool rap | “’Till I Collapse” – Eminem |
Power / explosief
— |
3 s
per herhaling | 110–120 BPM | EDM, techno, HIIT music | “Titanium” – David Guetta |
Wil je precies timen? Hieronder vind je trainingsmetronomen voor extra consistentie: de BPM’s staan vooringesteld — volg gewoon de tik als een drummer.
👇 Klik op de metronoom die bij jouw doel past en laat het ritme je leiden.
💪 Hypertrofie — Tempo 2-1-3
≈ 6 s per herhaling • 60 BPM • Accent Off
🔥 Definitie — Tempo 2-0-3
≈ 5 s per herhaling • 70–80 BPM • Accent Off
⚡ Kracht — Tempo 2-0-2
≈ 4 s per herhaling • 90–100 BPM • Accent Off
🚀 Power / Explosief — Tempo 1-0-1
≈ 3 s per herhaling • 110–120 BPM • Accent Off
Ingebouwde metronoom: GuitarApp.com
Waarom groepslessen je tempo aanscherpen
Groepsformats — BodyPump, RPM, GRIT, TRX Team, enz. — gebruiken muziek als universele temporeferentie.
Elke set loopt op een constant ritme: herhalingen gaan op en neer op de tel.
Gevolg: zonder nadenken leer je snelheid respecteren, ademhaling timen en techniek stabiliseren.
🎧 In BodyPump bijvoorbeeld:
- Tempo’s liggen rond 128 BPM, ongeveer één beweging elke 2 seconden (≈ 2–0–2).
- De muzikale opbouw wisselt vanzelf langzame controlefases en snellere explosieve fases af.
Daarom hebben vaste bezoekers van gechoreografeerde lessen vaak een voorbeeldige uitvoering: hun brein heeft tempo als reflex ingebouwd.
Kort samengevat
- Tempo = de metronoom van je progressie.
- Het verandert een gemiddelde set in een gerichte prikkel.
- Het leert je de discipline van de beweging.
- En je kunt blijven groeien zonder steeds meer gewicht toe te voegen.
De beste training is die waarin jij elke seconde controleert.
Referenties:
- Schoenfeld, B. J. (2010). The mechanisms of muscle hypertrophy and their application to resistance training. J Strength Cond Res, 24(10), 2857–2872.
- Burd, N. A., Andrews, R. J., et al. (2012). Muscle time under tension during resistance exercise stimulates differential muscle protein sub-fractional synthetic responses in men. J Physiol, 590(2), 351–362.
- Wilk, M., Golas, A., Krzysztofik, M. (2018). Tempo training in resistance exercise: Review and practical recommendations. J Hum Kinet, 62, 173–188.
- Dankel, S. J., et al. (2017). Time under load and muscle hypertrophy: The role of metabolic stress. Eur J Appl Physiol, 117, 1187–1206.
- Suchomel, T. J., Comfort, P., & Lake, J. P. (2017). Enhancing the force–velocity profile of athletes using resistance training. Strength & Conditioning Journal, 39(1), 10–20.
- Schoenfeld, B. J. (2016). Science and Development of Muscle Hypertrophy. Human Kinetics.
- ACSM (2021). American College of Sports Medicine’s Guidelines for Exercise Testing and Prescription.
